Een terloops gesprek

Ik sprak laatst een wat oudere mevrouw.

Een mevrouw die eruit zag als zoveel dames op leeftijd. Niks opvallends eigenlijk. Grijs haar, een goeie bordeauxrode twinset, kettinkje om. Gezellig wel. Niets waar je blik op blijft haken, behalve haar paardenstaart. Grijs haar in een kwiek paardenstaartje. Dat vond ik wel opvallend. En haar ogen. Ondeugende ogen, dacht ik te zien.

Ze boog zich voorover en zei: ‘En wat doe jij?’ Ik weet nooit zo goed wat ik op dat soort vragen moet antwoorden, maar ik deed mijn best. Vanwege de paardenstaart. Na drie regels gaf ik het op. Ik was geneigd om te zeggen om er maar vanaf te zijn dat ik kussens borduurde, heel veel kussens. Met heel mijn hart en alles wat in mij is.

Maar dat zei ik niet, dit keer. Ik zei: ‘En wat doe u?’

Ze bleek oogarts en alles. Gepromoveerd en pulicaties en zo. Ik vroeg: ‘En hoe is dat zo gekomen?’ Ze lachte en vertelde dat ze vroeger alleen maar onvoldoendes haalde, dus dat ze zichzelf ook vaak afvroeg hoe ze in vredesnaam gekomen was waar ze nu was, gepensioneerd en wel. Ik vroeg waarom ze onvoldoendes haalde. Ik hou namelijk van mensen die onvoldoendes halen. Daar kon je vaak op school de leukste tijden mee beleven. Niks geen voornemens of targets halen, maar in volle galop springen op alles dat voorbij komt. ‘Dat was nog maar het begin’, zei de oude mevrouw met de paardenstaart. ‘Ik ben ook van school getrapt’.

Mijn ervaring met mensen die van school zijn gestuurd, zijn vaak positief moet ik zeggen. Ik weet niet hoe het komt. Het zijn nu de beste ondernemers, nemen de grootste risico’s en incasseren breed lachend hun verliezen. Studenten uit mijn klas die met opgeheven hoofd voortijdig de kunstacademie verlieten zijn vaak verder gekomen dan diegenen die braaf hun diploma in de la hebben liggen. En deze mevrouw bevestigde weer de regel, met haar dansende paardenstaart.

Terwijl ze haar jas aanschoot en vertrok dacht ik er gelukkig nog net op tijd aan om haar te vragen waaróm ze van school was gestuurd. Hard lachend riep ze over de schouder van haar loden mantel: ‘O, omdat ik een non had vastgebonden.’

Ik word wel zo ongelófelijk vrolijk bij het idee alleen al dat deze mevrouw heel serieus mensen heeft behandeld als oogarts, terwijl ze met diezelfde handen ooit een non vastbond. Gewoon, omdat ze haar zat was. Omdat iemand het moest doen.

In iedereen rusten goeie verhalen. Altijd. Daar denk ik vaak aan als ik in de trein in de stiltecoupé rondkijk naar alle mensen die daar bloedserieus met hun aktetas op schoot op weg zijn naar hun werk. Het zij zo, maar mij nemen ze niet in de maling.

 

No Comments

Post a Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.